Wat zijn de tarieven inkomstenbelasting 2016, ook 65+, de heffingskortingen, de belastingtarieven en belastingschijven 2016 bij ongewijzigd beleid, op welke heffingskortingen hebt u in 2016 recht? Het belastingstelsel zal door Staatssecretaris Wiebes worden herzien, maar nog niet in 2016 (belastinghervorming rapport Van Dijkhuizen). Hoe ziet in 2016 de eerste schijf eruit, de maximale algemene heffingskorting die sneller wordt afgebouwd en inkomensafhankelijk is, de arbeidskorting? Wat zijn de fiscale voordelen nog voor ouderen, nu de ouderentoeslag verdwijnt en de ouderenkorting wordt verlaagd. Hoeveel loonbelasting gaat een werkende betalen in 2016?

 

 

Belastingschijven, belastingtarieven inkomstenbelasting 2016, loonstrookje 2016

Veel van ons gaan in 2016 meer loonbelasting en inkomstenbelasting betalen. Niet alleen gaat het belastingtarief in de eerste belastingschijf licht omhoog ten opzichte van 2015, maar ook worden sommige heffingskortingen sneller afgebouwd of verdwijnen enkele fiscale voordelen. De gevolgen voor uw totale koopkracht zijn afhankelijk van uw totale loon of inkomen:

 

Tarieven inkomstenbelasting 2016, belasting en belastingschijven ib en loonheffing, niet AOW-gerechtigd in 2016, niet 65+:

hoogte verzamelinkomen maar uw inkomen is niet hoger dan welk belastingtarief
- € 19.822 36,56%
€ 19.822 € 33.589 42%
€ 33.589 € 57.585 42%
€ 57.585 - 52%


Tabel 2. Tarieven inkomstenbelasting 2016, belasting en belastingschijven ib en loonheffing, recht op AOW in 2016:

hoogte inkomen maar uw inkomen is niet hoger dan welk belastingtarief
- € 19.822 18,66%
€ 19.822 € 33.589 24,1%
€33.589 € 57.585 42%
€57.585 - 52%


De veranderingen in de belastingtarieven inkomstenbelasting en loonbelasting 2016 zijn niet spectaculair. Alleen de eerste schijf laat een stijging zien met 0,06% wat u per jaar niet meer dan 10 euro kost. neen, de inkomenspolitiek wordt steeds verder verschoven door bij een hoger inkomen een lagere algemene heffingskorting te geven. Dat is een verborgen extra belastingheffing die niet door de belastingtarieven alleen zichtbaar wordt en het belastingstelsel intransparant maakt. En dan zijn er nog vele toeslagen die inkomensafhankelijk zijn en ook niet in de belastingtarieven alleen tot uiting komen. Een beetje extra inkomen kan zo netto nog steeds een verlies in uw besteedbaar inkomen betekenen. De belastingdruk is een factor van belang, maar de marginale belastingdruk en de wig zijn misschien nog wel belangrijker.

 

Belastingverlaging Rutte

Wat het kabinet in de inkomstenbelasting nog wel wil veranderen is:

  • Verhoging arbeidskorting.
  • In de tweede en derde schijf inkomstenbelasting het belastingtarief naar 40%.
  • Verlenging hoogste belastingschijf inkomstenbelasting (52%) met 8000 euro, € 57.585 wordt tot € 65.585.
  • Kinderopvangtoeslag en de inkomensafhankelijke combinatiekorting gaan met 50 euro omhoog.
  • Belasting box 3, vermogensrendementsheffing, op basis van het werkelijke rendement. Onderscheid wordt gemaakt tussen spaargeld, beleggen en onroerend goed.
  • De algemene heffingskorting wordt versneld afgebouwd

Of dat ook gaat lukken is nog afwachten

 

 

Inkomensafhankelijke heffingskortingen 2016, algemene heffingskorting, arbeidskorting en belastingtarieven 

In 2014 werd de stap gemaakt om de algemene heffingskorting en de arbeidskorting inkomensafhankelijk te maken. Tot een bepaald inkomen kunt u eenzelfde bedrag krijgen, maar naarmate u meer verdient krijgt u minder algemene heffingskorting en minder arbeidskorting. Hoeveel u minder krijgt wordt elk jaar erger. In feite betaalt u zo steeds meer belasting:

 

 

De inkomensafhankelijke algemene heffingskorting, 2015, 2016, 2017:

Uw inkomen korting 2015 korting in 2016 korting in 2017
€ 10.000 € 2.203 € 2.265 € 2.260
€ 20.000 € 2.199 € 2.265 € 2.260
€ 30.000 € 1.967 € 1.942 € 1.947
€ 40.000 € 1.735 € 1.610 € 1.615
€ 50.000 € 1.503 € 1.278 € 1.283
€ 60.000 € 1.342 € 1.015 € 991
€ 100.000 € 1.342 € 1.015 € 991

 

Met andere woorden, als u in 2016 een inkomen hebt van 60.000 euro krijgt u 1.250 euro minder algemene heffingskorting dan iemand met een inkomen van 20.000 euro. U betaalt dus alleen hierdoor al 1.250 euro meer belasting dan alleen uit de belastingtarieven blijkt. Dat is dus veel en veel meer dan de ogenschijnlijk 10 euro extra belasting in de eerste schijf. En zoals u uit de tabel kunt afleiden wordt dit verschil in 2017 alleen maar groter. De commissie Van Dijkhuizen pleit voor lagere belastingtarieven en bij het opstellen van dat rapport was deze inkomensafhankelijke belastingverhoging via de algemene heffingskorting nog niet eens bekend. En let wel hier komt de inkomensafhankelijke arbeidskorting nog eens bovenop die eveneens nivellerend werkt. Die systematiek verandert het kabinet niet, ondanks een voorgenomen belastingverlaging.

 

Inkomensafhankelijke arbeidskorting 2016

Ook de arbeidskorting is inmiddels sterk afhankelijk van uw inkomen:

 

Hoogte arbeidskorting 2016, 2017:

Uw inkomen korting in 2016 korting in 2017
€ 20.000 € 2.477 € 2.586
€ 40.000 € 2.477 € 2.655
€ 60.000 € 2.088 € 2.298
€ 80.000 € 1.288 € 1.498
€ 90.000 € 888 € 1.098
€ 100.000 € 488 € 698
€ 110.000 € 88 € 298
€ 120.000 € 0 € 0

 

De bedragen zijn wel iets verhoogd ten opzichte van eerdere jaren, maar een hoger inkomen kan een verlies aan arbeidskorting betekenen van grofweg 2.500 euro. Dat is 250 maal het effect van de verhoging van 0,06% in de eerste belastingschijf. Misschien gaat de korting iets omhoog.

 

Heffingskorting ouderen in 2016, ouderenkorting en ouderentoeslag

Wie in 2016 AOW gerechtigd wil zijn, moet 65 jaar en inmiddels minimaal zes maanden oud zijn. Weer drie maanden later dan in 2015. Bovendien gaat een AOW gerechtigde merken dat in 2016 de ouderenkorting wordt verlaagd naar:

  • € 970 bij een inkomen tot circa € 36.200;
  • € 70 bij een inkomen hoger dan € 36.200.

 

Hier bovenop komt dat in 2016 de ouderentoeslag volledig wordt afgeschaft. Een extra belasting op het vermogen van ouderen met een relatief laag inkomen dus.

 

Belasting op vermogen in 2016 omhoog om belastinghervorming te kunnen betalen?

Wat de belasting op vermogen wordt in 2016 is nog niet bekend. Waarschijnlijk zal dit nog steeds de vermogensrendementsheffing van 1,2% zijn. Regelmatig wordt verkondigd dat de belasting op vermogen ook maar omhoog moet. De commissie Van Dijkhuizen daarentegen pleit voor een verlaging en dat is ook niet onlogisch als u beseft dat de overheid veronderstelt dat u nog steeds 4% spaarrente ontvangt of 4% rendement op uw vermogen maakt. De meesten van ons maken verlies op hun vermogen doordat de belasting en inflatie hoger zijn dan het werkelijke rendement. Als sommigen meer rendement hebben gemaakt, zal dat zijn doordat ze meer risico hebben durven lopen met hun geld en je kunt je afvragen of dat niet gewoon beloond zou moeten worden. Spaargeld is voor velen een spaarpot voor later en vergeet niet dat over die spaarpot in het verleden al belasting is betaald en de Belastingdienst dat elk jaar nog eens herhaalt. Het argument dat geld op een spaarrekening of in een pensioenfonds dood geld is, is eveneens onjuist. Banken en pensioenfondsen gebruiken immers dit geld in uw plaats in binnen- of buitenland. Het kabinet kan ook bezuinigen en schuiven tussen de btw en de inkomstenbelasting als geld nodig is voor een belastinghervorming.

 

Conclusie hoogte tarieven inkomstenbelasting 2016

Het belastingstelsel is ondoorzichtig. De belastingtarieven geven niet de echte belastingdruk weer. Staatssecretaris Wiebes heeft als lastige opdracht om met een vernieuwd belastingstelsel te komen, waarin minder geld wordt rondgepompt en waarmee de koopkracht van grote groepen niet te zeer wordt aangetast. In 2016 zullen we het nog met het huidige belastingstelsel moeten doen en dat betekent vooral veel ondoorzichtigheid en veel belasting betalen. Een belastingverlaging helpt, maar vernieuwt het belastingstelsel niet.

 

 

Bron: financieel.infonu.nl