Dit verandert er op 1 januari 2016 voor uw portemonnee


Met de start van het nieuwe jaar, verandert er ook van alles voor uw persoonlijke financiële situatie. Wij zetten de belangrijkste wijzigingen voor uw portemonnee op een rij.

 

Lager belastingtarief in tweede en derde belastingschijf

 

Over het inkomen van 19.922 euro tot 66.421 euro gaat iedereen minder belasting betalen. Het tarief van de tweede en derde belastingschijf gaat in 2016 omlaag van 42 naar 40,4 procent. 

 

Het tarief van de eerste belastingschijf (tot 19.922 euro) stijgt licht naar 36,55 procent.

Voor het hoogste deel van het inkomen blijft het bestaande tarief van 52 procent gelden. Maar dit tarief wordt pas vanaf 66.421 euro geheven. Dit jaar lag de grens nog op 57.585 euro.

 

De wijzigingen gelden alleen voor box 1: het inkomen uit werk en woning. Het eigenwoningforfait is een voorbeeld van inkomen uit de eigen woning. Een huizenbezitter moet dit bedrag, gebaseerd op een percentage van de WOZ-waarde, bij zijn inkomen optellen.

 

Arbeidskorting omhoog voor lagere inkomens

 

Werkenden krijgen in 2016 meer korting op de belasting die ze over hun salaris moeten betalen. De maximale arbeidskorting voor lagere inkomens is 3.103 euro. In 2015 lag dit bedrag op maximaal 2.220 euro.

 

Vanaf een inkomen van 34.015 euro wordt de arbeidskorting steeds lager naarmate iemand meer verdient. Mensen die minstens 111.590 euro verdienen, krijgen geen arbeidskorting meer.

 

Algemene heffingskorting wordt aangepast

 

De algemene heffingskorting wordt in 2016 ook aangepast. Iedereen die in Nederland woont en belastingplichtig is, heeft recht op deze korting. Het is een korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

 

Mensen met een inkomen van meer dan 19.922 euro krijgen in 2016 minder korting op de belastingen en premies die zij moeten betalen. Hoe hoger het inkomen uit werk en woning, hoe lager de algemene heffingskorting uitvalt.

 

Voor deze groep wordt de algemene heffingskorting van 2.242 euro verminderd met 4,822 procent van een deel van het belastbaar inkomen. In 2015 ging er nog 2,32 procent van de algemene heffingskorting af.

 

Mensen met een inkomen vanaf 66.417 euro, krijgen in 2016 geen algemene heffingskorting meer.

 

Lagere inkomens krijgen juist meer korting op hun belastingen en premies. In 2016 gaat het om een bedrag van 2.242 euro, vorig jaar nog om 2.203 euro.

Voor gepensioneerden gelden lagere bedragen.

 

Minstverdienende partner ontvangt minder algemene heffingskorting

 

Mensen met een laag inkomen en een fiscale partner krijgen de algemene heffingskorting uitbetaald. Deze uitbetaling wordt in 2016 verder afgebouwd. 

 

De minstverdienende partner ontvangt nog maximaal 1.047 euro. Vorig jaar ging het nog om maximaal 1.175 euro. 

 

De afbouw geldt alleen voor mensen die na 31 december 1962 zijn geboren. Voor de rest geldt de algemene heffingskorting die hierboven is omschreven.

 

Werkende ouders met jonge kinderen krijgen meer korting

 

Werkende ouders die voor kinderen onder de twaalf jaar zorgen, kunnen in 2016 een hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting krijgen. Dat is een korting op inkomstenbelasting en premies.

 

In 2016 gaat het om maximaal 2.769 euro. In 2015 was het maximumbedrag 2.152 euro.

 

Ouders ontvangen hogere kinderopvangtoeslag

 

In 2016 krijgen ouders voor het eerste en tweede kind een hogere toeslag voor de kinderopvang.

 

Dit kan voor werkende ouders met twee kinderen ruim 100 euro per maand schelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een gezin waarbij één ouder 40 uur per week werkt en de ander 24 uur. De kinderen in dit rekenvoorbeeld gaan drie hele dagen naar de opvang.

 

Ouders met een laag inkomen krijgen in 2016 maximaal 94 procent van de kosten voor kinderopvang vergoed. Daarnaast stijgen de maximale uurtarieven voor de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang in 2016 met 0,7 procent.

 

Kindgebonden budget en kinderbijslag stijgen ook

 

Ook stijgt het kindgebonden budget in 2016. Hoe hoog dat bedrag is, hangt af van het aantal kinderen en hun leeftijden, of de ouder alleenstaand is en van de hoogte van het toetsingsinkomen en het vermogen.

 

Daarnaast gaat ook de kinderbijslag omhoog. Voor kinderen tot en met vijf jaar stijgt het kwartaalbedrag naar 197,67 euro. Ouders krijgen 240,03 euro voor kinderen van zes tot en met elf jaar. Voor 12- tot en met 17-jarigen gaat het bedrag naar 282,39 euro. Deze bedragen zijn enkele euro's hoger dan in 2015.

 

Minimumloon wordt verhoogd

 

Het wettelijk minimumloon stijgt met bijna 17 euro naar 1.524,60 euro per maand. Dit brutobedrag geldt voor 23-plussers met een voltijdsbaan van 36, 38 of 40 uur per week.

Dit bedrag wordt van 1 januari tot 1 juli 2016 gehanteerd.

 

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon

 

De uitkeringen stijgen met het minimumloon mee en worden ook per 1 januari verhoogd.

 

Het gaat om de uitkeringen die vallen onder de AOW, WW, Participatiewet (bijstandsuitkeringen), Anw (nabestaandenuitkering), Wajong (jonggehandicapten), WIA, WAO, ZW, IOAW en IOAZ (uitkeringen voor oudere, gedeeltelijk arbeidsongeschikten).

 

AOW-leeftijd stijgt opnieuw

 

De AOW-leeftijd wordt per 1 januari 2016 met drie maanden verhoogd naar 65 jaar en zes maanden.

 

Dit betekent dat 65-jarigen nog zes maanden lang AOW-premies moeten afdragen en dat ze hun eerste AOW-uitkering een half jaar na hun 65e verjaardag ontvangen.

 

 

 

 

Bron: Nu.nl